De dertien principes van onze Tora-traditie

Met begrip, respect en liefde voor Joden van andere Tora-tradities.

Auteur: rabbijn Michael Shelomo Bar-Ron

Vertaling: Ron H. Willems van Beveren

Redactie: Ohel Abraham

Origineel: torathmoshe.com


Bijna iedereen heeft wel eens gehoord van de dertien basisprincipes van het Jodendom volgens de Rambam. Op dezelfde manier kan onze Tora-traditie, de traditie van de studenten van de Rambam, onderverdeeld worden in dertien principes.

Principe 1: De kern van Israëls verbond

De Tora is een door de Eeuwige gegeven wet, waarvan de 613 geboden en verboden de grondbeginselen van een eeuwig verbond tussen de Eeuwige en het volk Israël vormen. Als zodanig kunnen deze grondbeginselen dan ook nooit worden veranderd of aangepast, noch kan er iets aan worden toegevoegd (Deut. 4:2).1 2 3 4 5 Niettemin vormen zij een compleet systeem, waarbij zelfs onderwerpen als ethiek, spiritualiteit en de basisprincipes van geloof, onderdeel van deze geboden vormen.

Alle 613 opdrachten werden aan Mosjee gegeven in twee vormen: mondelinge (de Mondelinge Leer) en schriftelijk (de Schriftelijke Leer). Het is onmogelijk om de geschreven vorm op de juiste wijze na te leven zonder de mondelinge uitleg.6 Aangezien deze Mondelinge Leer een fundamenteel element is van het verbond met de Eeuwige, betekent de ontkenning daarvan niets minder dan een ontkenning van de Tora als geheel.7

Ons streven om de hele Tora met de juiste intentie na te leven (zie principe 11) vormt de kern van ons verbond met de Eeuwige.8 Er niet in slagen om je aan de wet te houden of doen alsof een gedeelte niet bindend is, verbreekt het verbond.9

Geen enkele vorm van persoonlijk charisma, vroomheid of vrijgevigheid kan zo’n ontkenning van de Tora compenseren.

Principe 2: Het Sanhedrien en de Talmoed

In opdracht van de Eeuwige installeerde Mosjee het Hooggerechtshof, samengesteld uit 70 Ouderen en zichzelf. Dit Sanhedrien moest als basis dienen voor de Mondelinge Leer: de bewaarders en bindende autoriteit voor alle toekomstige generaties.10

Het Sanhedrien heeft als enige de autoriteit om de Tora te interpreteren, decreten uit te vaardigen en gewoonten vast te stellen die bindend zijn voor het Joodse volk en de rest van de wereld, inclusief niet-Joden.11

Uitsluitend dat deel van de Mondelinge Leer dat betrouwbaar is doorgegeven tot aan het laatste Sanhedrien toe is bindend. De Talmoedische literatuur, de juridische geschriften van de Tanaïem en Amoraïem, vormen de definitieve verzameling van geldende tradities volgens het laatste Sanhedrien, dat ontbonden werd omstreeks 400 n.d.g.j. Alhoewel er Tora-tradities, mondelinge kennis en wijsheden zijn die gedurende de eeuwen in de vergetelheid zijn geraakt, is de oorspronkelijke Mondelinge Leer van Mosjee vandaag de dag nog steeds in ons bezit en intact. Zo ook de sleutel tot het opnieuw instellen van de bestuursorganen van de Tora die al zolang niet meer actief zijn. (zie principe 12).

Hoe kan het dat de Talmoedische literatuur bindend is terwijl haar laatste en meest gezaghebbende deel, de Babylonische Talmoed, werd gecodificeerd door een gezelschap buiten Israël en dan ook nog een eeuw na de ontbinding van het laatste Sanhedrien?12

Het enige hof, na het Sanhedrien, waarvan het bindende gezag door iedereen werd erkend, was het unieke hof van de rabbijnen Rab Asji en Rabina in Babylonië.

Nadat het laatste hooggerechtshof was ontbonden, ontstonden er discussies met betrekking tot oude, bindende tradities, zoals die in Babylonië werden nageleefd, de Beraitot, die ogenschijnlijk de Misjna tegenspraken, alsmede over Misjna-verordeningen waarvan de betekenis niet langer duidelijk was. Hierop onderging de wet een laatste hercodificatie door Rab Asji’s hof: de Babylonische Talmoed. Alhoewel deze Talmoed een aantal nieuwe verordeningen en gewoonten bevat die niet door een Sanhedrien in het leven zijn geroepen, wordt deze Talmoed nog steeds als de laatste en meest gezaghebbende, geschreven bron beschouwd waaruit het geldende recht kan worden vastgesteld.

Niettemin, zoals de grote post-Talmoedische, halachische besluitvormers zelf goed begrepen, hadden zelfs de Babylonische wijzen nooit de macht om tegen de gezaghebbende, wettelijke traditie, zoals die in het land Israël was vastgesteld, in te gaan. De door hen vastgestelde, nieuwe verordeningen en gewoonten waren uitsluitend bedoeld om de wet veilig te stellen. Hun gezag was gebaseerd op hun unieke vermogen om vast te stellen en officieel vast te leggen (codificeren) wat de oorspronkelijke wet was, en ook op het feit dat de door hen opgestelde regels werden geaccepteerd door de meerderheid van het Joodse volk, iets waar geen enkel later hof zich op kon beroepen.

Maar het is nog steeds een punt van discussie in hoeverre duidelijk nieuwe Babylonische regelgeving bindend is voor het Joodse volk. Daarbij is het lastig om met zekerheid onderscheid te maken tussen de Babylonische verordeningen en de authentieke wetgeving van het Sanhedrien, omdat het laatste Sanhedrien in Tiberius het superieure, wetenschappelijke inzicht van hun Babylonische tegenhangers erkenden en hun verordeningen zondermeer hebben overgenomen en geratificeerd. Binnen de context van de rest van de Talmoedische literatuur is de Babylonische Talmoed, in zijn oorspronkelijke vorm, de meest gezaghebbende bron van de halacha (officiële Joodse recht), met inachtneming van de problemen die in principe 7 worden besproken.

Mocht er een vraag rijzen over een regel van Babylonische wetgeving, dan mag geen enkel hof na de ontbinding van het Sanhedrien, noch enig individu na Rab Asji, ook maar iets toevoegen aan of een alternatieve regeling voor de rabbinale wetgeving geven zoals die destijds, ten tijde van de officiële verzegeling van de Babylonische Talmoed, omstreeks 500 n.d.g.j., werd opgetekend. Want vanaf dat moment vormt uitsluitend het oorspronkelijk geschreven, Talmoedische recht de thans geldende halacha.

Principe 3: Rabbinale bepalingen in afwezigheid van een Sanhedrien

Meer dan 1500 jaren zijn voorbijgegaan zonder enig algemeen erkend, dwingend gezag over het Joodse volk. Met het verstrijken van de jaren lijkt het wenselijk om de beweegredenen achter de wet te beschouwen en de geschreven bronnen aan te passen aan de huidige tijd, soms zelfs in strijd met de halacha zoals die destijds is vastgelegd. Nieuwe rabbinale verordeningen lijken nodig met het oog op de gewijzigde omstandigheden van deze tijd. Maar omdat al het post-Talmoedische recht zonder de vereiste autoriteit tot stand is gekomen, heeft het niet de status van halacha.

Bij afwezigheid van een Sanhedrien zijn nieuwe rabbinale verordeningen en gewoonten niet bindend voor het Joodse volk als geheel, met uitzondering van die gebieden van het recht waar de halacha expliciet gebiedt om de lokale gewoonten te volgen, zoals op het gebied van monetaire wetgeving.13 De praktijk van de wet mag echter niet in strijd zijn met de geest van de wet.14

Het is niet meer dan natuurlijk dat in de loop der eeuwen bepaalde tradities en gewoonten zijn ontstaan en verspreid binnen groepen religieuze Joden, zelfs als deze in tegenspraak zouden zijn met de halacha. Maar aangezien moderne rabbinale verordeningen niet in strijd mogen zijn met de wetgeving van de Talmoed, hebben deze populaire gewoonten geen enkele kracht van wet,15 zelfs niet als zij de heersende mening van de thans erkende, wijze rabbijnen vormen. Meerderheid van stemmen van Tora-geleerden gold namelijk alleen binnen de context van het Sanhedrien.

Er bestaat een wijdverbreide mening dat het bovenstaande uitsluitend van toepassing is bij populaire gewoonten die minder strikt zijn dan de halacha, terwijl heersende gewoonten die strikter zijn of iets toevoegen aan de oorspronkelijke halacha bindend zijn. Wij hebben evenwel een andere mening. Alhoewel sommige gewoonten en tradities soepeler zijn dan de halacha, is er geen twijfel mogelijk: ze mogen niet worden gevolgd.16

Kortom, zonder een Sanhedrien vormt de wet, zoals beschreven in de Talmoed, een gesloten systeem.

Dat wat de wijzen van de Talmoed destijds verordonneerden en vastlegden in de literatuur rond de Talmoed is wettelijk bindend, zelfs als de aanleiding voor die wetgeving niet langer bestaat.17

Op gelijke wijze geldt dat als zij destijds voor een bepaald geval geen regeling hebben getroffen, dat er dan eenvoudigweg geen regeling bestaat. Er is dan voor die zaak geen halacha.

Principe 4: Halacha en agada

Net zoals de geschreven Tora mitswot (opdrachten) en verhalen bevat, bevat de literatuur rond de Talmoed eveneens halacha (wetten) en agada (vertellingen), beter bekend als midrasj.

Er zijn scholen die een absolute, letterlijke uitleg van alle Bijbelse en rabbinale vertellingen voorstaan en een overdrachtelijke, figuurlijke interpretatie van praktische geboden en verboden. Maar wij begrijpen ze op de manier waarop ze destijds zijn geschreven en bedoeld: halacha volgens de duidelijke en eenvoudige betekenis van de tekst en agada overdrachtelijk zodat deze niet in strijd komt met de halacha.

Volgens de originele, authentieke, Sefardisch-rabbinale traditie hoef je een midrasj alleen letterlijk te nemen als dat rationeel ook ergens op slaat.18 Terwijl de Misjnee Tora sommige tradities volgens de midrasjiem als historische feiten bespreekt, waarschuwt de Rambam ons ervoor om verre te blijven van de midrasjiem met betrekking tot het einde der tijden en de messiaanse periode.19

Op dezelfde manier, als Bijbelse verhalen in tegenspraak lijken te zijn met de moderne wetenschap, dan proberen we de tekst, terwijl we er trouw aan blijven, anders te begrijpen, op een manier die strookt met de wetenschap, of geven we toe dat de waarheid voor ons een mysterie is dat wij nu nog niet kunnen begrijpen.

Principe 5: Wanneer strikt en wanneer soepel

Wanneer er twijfel bestaat over een zaak van halacha dan moet men altijd strikt zijn in het geval van een Tora-wet en soepel in het geval van een rabbinale wet.

Alhoewel de meeste orthodoxen zich bewust zijn van de richtlijn om strikt te zijn bij Tora-wetten, weet niet iedereen dat de Rambam in dezelfde bewoordingen opdraagt om soepel te zijn bij rabbinale wetten.20

Principe 6: De oorzaak van Joods lijden

Het vreselijke lijden van het Joodse volk in de afgelopen duizenden jaren is het directe gevolg van het feit dat het er niet in geslaagd is om zich, als natie, met de juiste intentie en op de juiste wijze, aan de halacha te houden (zie principe 11).21 De niet-Joodse volken zijn dan ook niet de enigen die schuld hebben aan dit verschrikkelijke lijden. De volken die ons zo hebben getroffen, hebben als het ware gehandeld als werktuigen van de Eeuwige en zullen uiteindelijk alsnog worden gestraft.22

De werkelijke schuld van ons lijden rust op de schouders van het traditioneel Joodse leiderschap. In plaats van te doen alsof zij de bevoegdheid hebben om nieuwe gebruiken te initiëren of de halacha opnieuw te interpreteren, hebben post-Talmoedische wijzen de verantwoordelijkheid om als rolmodel te dienen van correct halachisch gedrag, om te leren en te laten zien hoe de authentieke halacha op hun generatie van toepassing is en om naleving van de wet te bevorderen. Eveneens hebben de wijzen de verantwoordelijkheid om het Joodse volk bij de volledige vervulling van het verbond te begeleiden, met inbegrip van alia (terugkeer) naar het land Israël23 24 en het herstel van het Sanhedrien.

Het Joodse volk niet op de juiste manier weten te leiden, kent drie belangrijke oorzaken:

  1. Een falen om de meerderheid van het gewone Joodse volk, inclusief leken, vrouwen en kinderen, de dagelijkse, praktische halacha te onderwijzen en om ze te trainen in de kunst van oorlogvoering (zie principe 13). In plaats daarvan ligt er overdreven veel nadruk op spiritualiteit, wat, zoals algemeen wordt aangenomen, los dient te worden gezien van de naleving van de Joodse wet; en op het bestuderen van de Joodse mystiek. En die voorkeur voor theologie boven praktisch handelen, is nu precies het tegenovergestelde van de oorspronkelijke bedoeling van de Tora. Daar komt nog bij dat het bestuderen van de Mondelinge Wet vanuit een standpunt van slecht gedefinieerde, spirituele concepten en een sterk vereenvoudigde uitleg van kabbalistische leerstukken leidt tot het verdraaien en wijdverbreid overtreden van essentiële onderdelen van de halacha.
  2. Een gevoel van verplichting en noodzakelijke beperking tot de door de meerderheid aanvaarde gewoonten en halachische interpretatie. In het klassieke jesjiba-onderwijs – vooral binnen ultra-orthodoxe instellingen – wordt het strikt letterlijk volgen van de wettekst van grondbeginselen ontmoedigd, zo niet totaal verboden. Integendeel, de meerderheid van Tora-leiders van morgen worden grootgebracht met het idee dat de studie van de Talmoed een hoogstaand en heilig, academisch ritueel is dat losstaat van wat in hun ogen de werkelijke halacha is. Want die thans geldende halacha moet volgens hen worden gevonden binnen de overtuigingen van nog levende rabbijnen en van hen die recent zijn overleden. Het resultaat is een mengelmoes van Joodse gebruiken en praktijken die regelmatig in strijd zijn met de heldere regelingen van de oorspronkelijke dragers van de Mondelinge Wet.
  3. Een kortzichtige kijk op de halacha die geen recht doet aan de Tora als geheel. Halacha die niet buiten het land Israël uitvoerbaar is of die niet zonder tempel kan worden gepraktiseerd, is dikwijls afgedaan als niet van praktisch nut in onze tijd en is ofwel anders uitgelegd of op grote schaal genegeerd. (Zoals eerder vermeld, handelen alsof welk deel van de Tora dan ook niet langer verplicht zou zijn, verbreekt het verbond.)

Principe 7: De beste manier om de halacha te leren

De beste manier, in onze tijd, om de halacha te leren, te praktiseren en te onderwijzen, is de wijze die de Rambam (Maimonides) beoogde: rechtstreeks uit de Misjnee Tora, zowel na als tegelijk met de bestudering van de Tanach, onder leiding van een competente Tora-leraar (zie principe 10).25 De Misjnee Tora is de enige codificatie van Joods recht die de gehele Tora omvat en die geschreven is om van praktisch nut te zijn in iedere generatie. De Misjnee Tora is dan ook geschreven om de gehele reikwijdte van de halacha inzichtelijk te maken voor leken, vrouwen en kinderen en niet uitsluitend voor geleerden. Daarenboven is het de enige alomvattende samenvatting van de gehele Talmoedische literatuur.

In theorie zou de hele halacha rechtsreeks kunnen worden begrepen, geleerd, gepraktiseerd en onderwezen vanuit de geschreven bronnen: de Bijbel en het totaal aan Talmoedische literatuur (Misjna, Tosefta, Mechilta, Sifra, Sifree, Talmoed Jeroesjalmi en Talmoed Babli). Praktisch is dit echter bijna ondoenlijk. Er zijn vele jaren van intensieve studie nodig om je deze uitgebreide literatuur eigen te maken. Het meest gezaghebbende werk, de Babylonische Talmoed, is geschreven in een zeer ingewikkeld dialect van het Aramees, doorvlochten met andere talen.26 Daar komt nog bij dat wij tegenwoordig niet meer beschikken over alle ongecensureerde en volledig nauwkeurige Talmoedische literatuur. Wij beschikken eenvoudigweg niet meer over de overlevering die nodig is om niet dwingende conclusies te onderscheiden die later, door post-Talmoedische geleerden, aan de Talmoed zijn toegevoegd. Wij beschikken niet meer over het vermogen om nauwkeurig te onderscheiden tussen de oorspronkelijke, wettelijk bindende tradities zoals we die van de geoniem27 hebben doorgekregen – en die geen onderdeel van de Talmoed uitmaakten – en hun van tijd tot tijd opgenomen niet-bindende conclusies. De Rambam, een van de grootste meesters op het gebied van de Talmoed, was een zeer kritische onderzoeker, die wél in staat was om dit alles te overzien.28

We moeten onszelf niet wijsmaken dat de Misjnee Tora onfeilbaar is (zonder kans op fouten), alsof ieder woord van de Rambam door engelen werd geleid. In de Talmoed zelf staan soms wettelijke gevolgtrekkingen die niet helemaal duidelijk zijn en de Misjnee Tora neemt diezelfde onzekerheid dan soms over. De adembenemende ontwikkeling van de natuurwetenschap en de geneeskunde in de afgelopen 800 jaren noodzaken ons toe te geven dat er in Hilchot Jesodee HaTora en Hilchot Deöt een paar veronderstellingen en uitgangspunten staan die niet helemaal met de huidige wetenschap stroken (zie principe 8). Daarenboven is er geldende wetgeving van de hand van andere grote Tora-geleerden die op onderdelen afwijken van de door de Rambam gekozen benadering.

Dit alles neemt echter niet weg dat de Misjnee Tora in grote lijnen de meest betrouwbare weergave van de Talmoedische literatuur vormt (het meest heldere uitganspunt van 800 jaar geleden tot aan de dag van vandaag).

Dit is waarom de Rambams Misjnee Tora, meer dan welk ander werk ook, de meest gemeenschappelijke basis vormt. Het meest gerespecteerde, algemene referentiekader binnen de nogal uiteenlopende sectoren van de moderne Tora-wereld die zo sterk verdeeld is over verschillende onderwerpen: Sefardisch en Asjkenazisch, chassidisch en Litouws-mitnagid, charedi en national religious.29 Je zou kunnen stellen: zij die wandelen in het recht pad van de Misjnee Tora zijn de grootste pioniers als het gaat om de Joodse eenheid en het uiteindelijke herstel. Want zij zijn het die bouwen op de enig ware gemeenschappelijke, halachische basis, los van politiek, die door het gehele Jodendom wordt erkend; de noodzakelijke basis voor een succesvol Sanhedrien zoals dat eens in ere zal worden hersteld (zie principe 12).

De Misjnee Tora is ook de meest uitgebreide en eenvoudige code om in zijn geheel te bestuderen, geschreven in betrekkelijk helder en eenvoudig Hebreeuws, en vraagt daardoor veel minder tijd om onder de knie te krijgen. Normale en serieuze personen met de juiste begeleiding en discipline zouden in staat moeten zijn om de hele halacha te beheersen met gebruikmaking van uitsluitend de Bijbel en Rambams Misjnee Tora, zonder enig andere bron, zelfs zonder een officiële, rabbinale of jesjiba-training. Nogmaals, dit was precies het doel waarvoor dit werk destijds werd geschreven.

Eerdere werken van de Rambam

Alhoewel oudere werken van de Rambam zeker niet zonder belang zijn, geven zij minder blijk van zijn uiteindelijke inzicht als de Misjnee Tora dat doet, omdat deze geschreven is toen de Rambam volwassen was en omdat het boek voortdurend werd herzien, tot aan zijn dood. Overigens zou je uitsluitend de Misjnee Tora-edities van het Jemenitische manuscript moeten raadplegen. De Europese, gedrukte edities staan bekend om hun talrijke bewerkingen en ontelbare, onopzettelijke kopieerfouten.

Over de studie van de Misjna, Talmoed en meer recente codificaties

Dit alles neemt niet weg dat het bestuderen van de Talmoed en vooral de Misjna erg belangrijk kan zijn. Volgens de Rambam zou er geen noodzaak bestaan om een boek anders dan de Tanach en de Misjnee Tora te bestuderen. Maar dat neemt niet weg dat de studie van de Misjnee Tora kennis van de taal en de concepten van de Misjna vereist. Zelfs na de grondige bestudering van de Misjnee Tora mist men de diepere betekenis, de waardevolle verhalen, verklaringen en achtergronden waarin de Talmoedische literatuur kan voorzien. Bestudering van de Talmoed met een studiegenoot zorgt bovendien voor een uitstekende training in kritisch denken en debat.

Maar omdat de Talmoed niet bedoeld werd als een samenvattend wetboek, maar meer als een archief (met een zeer uitgebreide en verwarrende reeks meningen en oogpunten), zou bestudering van de Misjnee Tora idealiter aan de grondige studie van de Talmoed vooraf moeten gaan. Vooral gezien het doel ervan: om een op zichzelf staande, begrijpelijke gids te zijn van de halacha. Een gids, die het niet nodig maakt om de hele Talmoed te bestuderen om erachter te komen wat het geldende recht is (halacha).

En alhoewel het zondermeer waardevol is om kennis te nemen van andere standpunten en om te begrijpen hoe andere scholen de halacha begrijpen en praktiseren, is het beslist niet nodig om meer recente codificaties zoals de Sjoelchan Aroech en de Misjna Broera te bestuderen om te begrijpen hoe je de geboden en verboden op de juiste wijze dient toe te passen.

Ten slotte dient nog te worden opgemerkt dat het moeilijk is om jarenlang sterk en geconcentreerd te blijven en steeds het rechte pad te bewandelen zonder de steun en vriendschap van gelijkgestemde zielen, het liefst binnen een oprechte gemeenschap en bij voorkeur in het land Israël.[Ohel Moshe strives to provide that fellowship and sense of community not only for our local students and friends, but for those all over the world via our online classes for Jews and Noahides. For information, contact us at [email protected]] En hoe groot die uitdaging al voor een man is, voor zijn vrouw en kinderen is het mogelijk nog moeilijker.

Principe 8: Is Rambams filosofie onaantastbaar?

Rambams wetgevende filosofie (gedeeltelijk samengevat in principes 1 t/m 7) betreft een oude overlevering die onlosmakelijk is verbonden met Rambams halachische uitgangspunten. Het zou dan ook niet intellectueel eerlijk zijn om de weg van de Rambam te volgen terwijl je de onderliggende filosofie verwerpt.

Daarentegen is er veel ruimte om vraagtekens te zetten bij Rambams niet-halachische gedachten op andere gebieden zoals zijn meningen over muziek,30 seksuele intimiteit,31 de plaats van verbeelding bij het denken en de vooruitgang van de mens,32 en de argumentatie achter het offersysteem van de Thora.33 De grootheid van de Rambam blijkt uit de manier waarop hij zulke persoonlijke, filosofische uitgangspunten ver verwijderd houdt van zijn uiteindelijke codificatie van wat werkelijk halacha is – waarbij hij zo dicht mogelijk blijft bij de pure overlevering van wat de wijzen letterlijk zeiden, daarbij weglatend wat zij niet zeiden.

Toch zou je je kunnen afvragen of je vandaag de dag geen vraagtekens moet plaatsen bij één van de aanwijzingen die gevonden kan worden in de eerste hoofdstukken van de Misjnee Tora, namelijk de raad om, met uitzondering van de meest begaafde studenten, alle anderen in het ongewisse te laten over de verborgen geheimen van maäsee beresjiet (de ‘scheppingsleer’ oftewel de natuurwetenschappelijke kant van de schepping). In de hedendaagse, westerse wereld wordt wetenschap zo ongeveer vergoddelijkt. Een zekere basiskennis van wetenschap is alomtegenwoordig in de midden- en hogere klasse en vormt een serieuze bedreiging voor religieus geloof. In het huidige intellectuele klimaat is het onthouden van wetenschappelijke kennis en haar synergie met de Tora niet alleen nutteloos, maar ook zeer schadelijk.

Maar er zijn meer vragen. Zou Rambams zijn filosofie met betrekking tot de ziel hebben aangepast naar aanleiding van de bevindingen van de moderne parapsychologie? Je kunt je afvragen hoe zijn behandeling van de engelen eruit zou hebben gezien als hij kennis zou hebben gehad van de hedendaagse natuurkunde, astronomie en astrobiologie.

Er bestaan goede redenen om aan te nemen dat de Rambam zich niet alleen niet verbeterd zou hebben gevoeld door zijn leerlingen, die in een verre toekomst vraagtekens zouden plaatsen bij zijn filosofie op voornoemde gebieden, maar ze daar juist toe zou hebben aangemoedigd.34 Het stellen van kritische vragen en het plaatsen van kanttekeningen bij de niet-halachische levensbeschouwing van de Rambam (onder gelijktijdig vertrouwen van zijn wettelijke filosofie en codificatie) wil niet zeggen dat je geen goede volgeling van de Rambam zou zijn maar bewijst eerder het omgekeerde: dat je het juiste type leerling bent!

Principe 9: Tora-training voor Joden en rechtvaardige niet-Joden

Het bestuderen van de Tora heeft uitsluitend zin als je werkelijk de bedoeling hebt om het geleerde in praktijk te brengen. Er bestaat dan ook geen gebod om de Tora te bestuderen als louter intellectuele oefening maar er is wel een gebod om de Tora te beoefenen: te bestuderen om vervolgens te handelen overeenkomstig de eenvoudige betekenis van de tekst.35 Daarom kan de mening van, overigens zeer gewaardeerde, Tora-geleerden, die zich voornamelijk met de Talmoedische literatuur en vooral de Misjnee Tora bezighouden op een meer academisch, theoretisch niveau, nauwelijks vergeleken worden met die van geleerden die de Tora letterlijk leven. Deze laatsten zijn betrouwbaarder dan de eersten.

Alhoewel het vandaag de dag minder gebruikelijk is om de halacha rechtstreeks en uitsluitend uit de originele bronnen te leren kennen, is het geen moderne uitvinding of theorie. Het is al eeuwen lang de onvervalste gewoonte van Jemenitische Joden, zoals het werd doorgegeven door de voormalige opperrabijn van Jemen, HaRab Yichia Kafi z.l. en zijn kleinzoon Rab Joseef Kafich z.l., vermaarde Tora-grootheden in hun tijd. De fakkeldragers die met deze traditie doorgaan zijn niet alleen de getrouwe leerlingen van Rab Kafich maar ook vele serieuze, onafhankelijke studenten van de Rambam en de Talmoed, waaronder eveneens niet-Jemenieten, waaronder zij die de oud-Andalusische (Spaans-Portugese) traditie hebben laten herleven. Deze zelfde algemene benadering van bestudering van de Tora vindt ook buiten de Rambam-wereld plaats, namelijk onder de serieuze leerlingen van de Vilna Gaon.

Uitzonderingen met betrekking tot de kabbala

Alhoewel kabbalistische literatuur diepe en waardevolle wijsheid bevat, wordt het slechts moeizaam begrepen, zelfs door ervaren Tora-geleerden. Het belangrijkste en geprezen werk op dit gebied, de Zohar brengt (net als andere midrasj-werken) oude meningen onder de aandacht die buiten de gecodificeerde halacha zijn gebleven en hiermee soms zelfs in tegenspraak zijn.36 De Zohar bevat zinnebeeldige beschrijvingen van uitgangspunten die, als je ze letterlijk neemt, de basisleerstellingen van de Mondelinge Tora tegenspreken. Dit letterlijk opvatten van symbolische teksten heeft bij velen geleid tot niets minder dan pure afgoderij. Dit is vooral het geval bij de Sefer Jetsira en de Sefer HaBahier. Tenslotte is de Zohar een gelaagd werk, met teksten en ideeën van onbekende oorsprong, die duidelijk uit een latere tijd stammen.37

Geschreven in een bondige stijl met nogal symbolisch taalgebruik, vereist het lezen van de Zohar (1) diepe kennis van het Aramees en Hebreeuws, (2) uitgebreide kennis van de halacha en de nuances binnen het taalgebruik van de wijzen, (3) een ruimdenkend en kritisch denkvermogen en (4) de begeleiding van een leraar die expert is op dit gebied en die de Zohar niet beschouwt als een bron van praktische halacha. Deze leraar moet iemand zijn die inziet wanneer een tekstgedeelte duidelijk later werd toegevoegd en een zinnebeeldige mening beschrijft die ogenschijnlijk in strijd is met de mondelinge overlevering. Slechts weinig leraren die lesgeven in Zohar zijn zich hiervan bewust, terwijl degenen die dit wel begrijpen geen les in de Zohar geven – en dat om een gegronde reden.

Alhoewel de Luriaanse kabbala diepgaander is en beter georganiseerd, kan het minder ingevoerde geleerden op gelijke wijze in de war brengen. En als de veteranen onder geoefende geleerden al struikelen bij de bestudering van de mystieke kabbala, hoe te meer zal dit dan het geval zijn bij de min of meer beginner.

Uitzonderingen met betrekking tot Tora-studie door benee Noach

De rabbijnen verbieden niet-Joden om de Tora in zijn geheel te bestuderen zoals Joden dat doen. Niet-Joden zullen vanzelf, oppervlakkig, bekend raken met de hele Tora maar mogen alleen een dieper gaande studie maken van onderwerpen op het gebied van de noachitische wetten en de verantwoordelijkheden van de volkeren.38 Alhoewel het aanlokkelijk is om te veronderstellen dat dit niet voor benee Noach geldt, is de auteur van mening dat dit wel degelijk het geval is.

Maar ondanks deze beperking is het niet-Joden toegestaan de hele Hebreeuwse Bijbel te bestuderen op een degelijke, zij het oppervlakkige, wijze. Daarnaast mag veel van de Misjnee Tora diepgaander bestudeerd worden, omdat veel gedeelten van deze wetgeving zich richten op het gebied van de noachitische wetten. Het doel van mijn boek Guide For the Noahide (© Lightcatcher Books 2011) is om zo’n diepgaande bestudering onnodig te maken door het complete spectrum van het noachitische verbond, inclusief een samenvatting van de universele normen van de Tora alsmede veelgestelde vragen, in een enkel boek te bundelen. Bovendien is het een ben Noach toegestaan om begeleiding en instructie te zoeken van een leraar om op de juiste, voorgeschreven manier te voldoen aan een bepaald gebod dat eigenlijk buiten die van de noachitische wetten valt. Er is verder reden om aan te nemen dat kwalitatief goede boeken over levensbeschouwing en spiritualiteit volgens de Tora evengoed openstaan voor niet-Joden, net als voor Joden.39

Wat echter niet bestemd is voor bestudering door niet-Joden is de, mogelijk voor verwarring zorgende, oorspronkelijke Mondelinge Overlevering, in het bijzonder de originele werken van vroege geleerden zoals de Misjna, de klassieke werken die de halacha uiteenzetten (Sifra, Sifree, Mechilta, enz.) en de twee Talmoeds, die zelfs voor Joden verwarrend zijn, zoals hierboven uiteengezet in principe 7. Waar dit al het geval is bij vroege praktische bronnen van wetgeving, geldt dit temeer bij werken op het gebied van de kabbala (esoterische, mystieke wijsheid), zoals de Zohar.

Principe 10: Persoonlijke verantwoordelijkheid bij Tora-studie en de rol van een rabbijn

Het enige alternatief voor zelfstudie met een leraar, is het kiezen van een halachische gids, zoals een rabbijn, die jou voorschrijft hoe je de halacha in praktijk brengt. Maar door het volgen van zo’n rabbinale gids krijg je ook diens eventuele fouten mee. En iedere Jood blijft persoonlijk aansprakelijk voor het op de juiste wijze uitvoeren van de wet en is verantwoordelijk voor zijn fouten, zelfs als hij die heeft overgenomen van zijn rabbijn.40

Voor de serieuze leerling geldt dat zelfs de grootste rabbijn een mager alternatief biedt voor het zelf nemen van de verantwoording voor de eigen studie. Eigenlijk bestaat er voor hem geen betere keuze dan om te studeren in het land Israël zelf, samen met gelijkgestemde zielen, het liefs in het Hebreeuws.41

Alhoewel onafhankelijke studie belangrijk is, is de begeleiding van een werkelijk competente leraar cruciaal. Anders dan je in meer recente rabbinale werken aantreft, werden de vroegere, gezaghebbende bronnen geschreven om in hun geheel te worden gelezen en te worden begrepen in de context van de gehele tekst. De Misjnee Tora moet dan ook meerdere keren, aandachtig en in zijn geheel worden gelezen om het meest nauwkeurige begrip te verkrijgen van elk afzonderlijk deel van de wet. Zolang je de complete tekst niet meerdere malen hebt doorgenomen, heb je de begeleiding nodig van een leraar die dat reeds gedaan heeft.

Bovendien is het doorgronden van de halacha één ding, maar weten hoe dit toe te passen in het dagelijkse, échte leven is nog iets anders. Hoe leef je de Tora op een vredige wijze zonder ondertussen op te offeren wat de Eeuwige van ons verwacht. Daarom is het zo belangrijk om naast kennis van de tekst op zich, een rabbijn, chacham of mori uit te kiezen op grond van zijn positieve karaktereigenschappen en levenservaring.

Principe 11: Het doen van de opdrachten met vreugde, goedheid en nederigheid

De halacha mag niet zonder gevoel, als door een robot, worden uitgevoerd, maar ook niet met zwaarmoedigheid en zeker niet op een arrogante wijze met een houding van superioriteit. Nee, de geboden en verboden moeten nauwkeurig worden nagekomen in een gemoedstoestand van blijdschap,42 op een wijze die jouw karakter dusdanig beïnvloedt, dat je ze vervult vanuit een goed hart.43

In de hierboven aangehaalde traditie zijn bestudering van de Tora en dienstbaarheid aan de Eeuwige uitsluitend mogelijk in een geest van bescheidenheid en nederigheid. Oprechte bestudering van de Tora zou een mens ertoe kunnen brengen om de hedendaagse Joodse praktijk te bekritiseren. Als je niet oppast, kun je daarbij het gevaar lopen neer te kijken op mede-Joden en om andere Tora-geleerden te minachten. Een ieder die er voor kiest om volgens deze traditie anders te zijn dan anderen, in een poging om tegen de gevestigde praktijk in opstand te komen, of voor welk doel dan ook, anders dan om de Eeuwige op de juiste wijze te dienen, roept eerder een vloek over zichzelf en anderen af dan een zegen.

Er bestaat geen recht of reden om neer te kijken op welke traditionele Joodse gemeenschap dan ook. Of het nu Asjkenazisch is of Sefardisch of welke Tora-praktiserende gemeenschap dan ook zoals de charedi (ultra-orthodoxen), dati-leoemi (religieus nationalisten), modern-orthodoxen, chassidiem, etc. Afgezet tegen de standaard van de authentieke halacha heeft elke groep zich wel beter aan bepaalde wetten en beginselen gehouden dan andere, en iedere groep heeft wel iets veronachtzaamd of is ontkennend gebleven waar anderen zich er trouw aan hebben gehouden, nu of in het verleden. Iedere Joodse gemeenschap heeft belangrijke lessen te onderwijzen en vele andere nog zelf te leren. Dit te begrijpen en opnieuw één volk te worden onder de Eeuwige, vormt niet alleen de sleutel tot herstel maar tevens tot onze overleving.

De wijzen geven ons feitelijk geen toestemming om neer te kijken op welk beschaafd mens dan ook. En eigenlijk geldt dat voor alles binnen HaSjeems schepping. Want in de schepping is er niets dat niet, op zijn eigen tijd en plaats, belangrijk is.44 En, in de woorden van de Rambam, kan letterlijk ‘iedereen die deze aarde betreedt’ een ‘heilige der heiligen’ worden door middel van de Tora.45 En zelfs een niet-Jood kan gezegend worden met de heilige geest of profetie.46 Vanwege dit ongelofelijke potentieel dat in ieder mens schuilt, moeten we de hele mensheid liefhebben en trachten haar dicht bij de Tora te brengen.47

Principe 12: De inherent zionistische Tora

Zoals principe 11 al duidelijk maakte, is de Tora de erfenis van het hele Joodse volk en niet uitsluitend van één gemeenschap of één leerschool. En net zoals er geboden zijn die ieder afzonderlijk individu verplichten of hele gemeenten, zijn er ook geboden die voor het volk als geheel gelden, zoals het herbouwen van de heilige tempel in Jeruzalem.

Zonder een, op de voorgeschreven wijze tot stand gekomen, Sanhedrien zijn deze en andere geboden evenwel praktisch onuitvoerbaar. Daarom is het, op de best denkbare en meest authentieke wijze, leven naar de Talmoedische wet (Misjnee Tora) niets meer dan een kortetermijnoplossing. Niets kan de goddelijke opdracht om het Sanhedrien opnieuw te vormen, vervangen, een Sanhedrien waarvan de regels zullen worden aanvaard door het hele Joodse Volk en door de rest van de wereld. Op de lange termijn is dit dan ook ons ideaal: leven in een Tora-staat onder leiding van een Sanhedrien (dat nu eenmaal uitsluitend in het land Israël kan bestaan), met een heilige tempel (die uitsluitend kan worden herbouwd op een exacte locatie op de berg Moria in Jeruzalem), met een rechtvaardige Joodse Koning.

Aan de andere kant is de verwachting van de voorspelde messias een fundamenteel beginsel van ons geloof. We zien dan ook uit naar zijn komst zodat we eindelijk voluit en in vrede kunnen leven en we ons helemaal aan de Tora kunnen wijden, zonder enige afleiding. Maar, de komst van de messias heeft geen enkele halachische betekenis. Zolang het volk in haar land leeft met een echt Sanhedrien, is er geen enkel Tora-gebod – noch voor het individu, noch voor het volk – dat, in theorie, niet zou kunnen worden vervuld voordat de messias verschijnt. Een Koning daarentegen, kan alleen maar door een Sanhedrien worden aangesteld, in het ideale geval mede door een profeet.

De enige praktische manier om het Sanhedrien in onze tijd in ere te herstellen (hetgeen authentieke semicha vereist), is door het zorgvuldig toepassen van de regels van de Rambam. Het trouw volgen van de Misjnee Tora geeft hoe dan ook de beste kans van slagen. Dit is waarom:

De grootste uitdaging die vandaag de dag komt kijken bij het herstel van het Sanhedrien is wilsovereenstemming, eensgezindheid. Effectieve juridische leiding van een natie vereist van meet af aan algemene eensgezindheid van de 71 geleerden over letterlijk honderden belangrijke, juridische uitgangspunten, voordat zelfs maar een begin kan worden gemaakt met de enorme achterstand aan vraagstukken en uitdagingen van onze moderne tijd. In de voorbije eeuwen van ballingschap is het aantal rabbinale meningen dusdanig gegroeid en zijn de ideologische kloven binnen de Tora-wereld zo diep en breed geworden dat een zinvolle overeenstemming op korte termijn niet tot de mogelijkheden behoort.

De Misjnee Tora vormt de enige gemeenschappelijke, gezaghebbende, geschreven, wettelijke basis die door alle elkaar bestrijdende sekten en gemeenten binnen de moderne Tora-wereld als zodanig wordt erkend. Voorts biedt de Misjnee Tora, als enige, wetgeving op velerlei gebieden die zonder meer toepasbaar is op een volk onder leiding van een Sanhedrien. Uitsluitend door het aanvaarden van de Misjnee Tora als hét uitgangspunt van de halacha, als dé bron en hét raamwerk van Joodse wetgeving, kan het toekomstige Sanhedrien de anders onmogelijke taak verwezenlijken: eenwording van de Tora-wereld en het bevorderen van de nationale naleving van de Tora na bijna tweeduizend jaar ballingschap.

Tora-zionisme

Het moge duidelijk zijn dat de Tora inherent zionistisch is. Sommigen zij van mening dat het seculiere en ogenschijnlijk antireligieuze karakter van de staat Israël de visie van de Tora van een koninkrijk, bestuurd door halacha, bemoeilijkt. Maar het tegendeel is waar: door de oprichting van de staat Israël is de mogelijkheid van zo’n toekomstig koninkrijk juist mogelijk geworden. Deze droom zou al lang niet meer hebben bestaan zonder de zegeningen die het bestaan van de staat Israël met zich meebrengt:

  1. De massale terugkeer en opname van ballingen vanuit de verste uithoeken op aarde.
  2. De oprichting van de Israeli Defense Forces (IDF), een van de sterkste legers op aarde die de Joden die thans zijn teruggekeerd naar ons thuisland, beschermt.
  3. De massale terugkeer van de Israëliërs naar het jodendom, hetgeen vooral in een stroomversnelling is gekomen door de wonderen van de Zesdaagse Oorlog en die gevoed wordt door de vele Tora-instituten. Dit alles is uiteraard alleen maar mogelijk door het bestaan van de staat Israël.

Het is zelfs de vraag of het Joodse volk, zonder de staat Israël, vandaag nog zo bloeiend zou hebben bestaan.

En daarom blijven we hopen en bidden en streven we naar een heiliger, meer gelovig Israël, terwijl we op een constructieve manier kritiek houden op de staat en op veel van haar beleid. Op de weg van de Rambam is geen plaats voor haat of antagonisme tegen de huidige staat Israël.

Volgens Rambams liberale concept van Joodse soevereiniteit, zoals neergelegd in Hilchot Chanoeka 1:1-2, en zijn open, realistische, nuchtere, niet-speculatieve kijk op de geprofeteerde gebeurtenissen tijdens de laatste dagen,48 is het niet moeilijk om de staat Israël te zien als <em>resjiet semichat geoelatenoe</em> (de eerste bloei van ons herstel) – zelfs met haar fouten en tekortkomingen.

Principe 13: De unieke vechtkunst van het Joods volk

Een fundamenteel beginsel van de Tora is de zorg voor ons leven en onze gezondheid. En aangezien niemand de Eeuwige ten volle kan dienen met een ziek lichaam, is het een elementaire gedragsregel van de Tora om het lichaam in goede conditie te houden. En omdat ons geestelijk welbevinden eveneens afhangt van ons lichamelijk welzijn (naast ons vermogen om ons aan de opdrachten te houden), moeten we ons uiterste best doen om gezond, vrolijk en gelukkig te blijven.

Daarnaast zijn er in elke generatie Joden die voortdurend moeten vrezen voor hun leven. Een zwakke Joodse natie die onvoldoende investeert in de uitrusting en training van de gewone bevolking voor een oorlogssituatie (en niet alleen het leger), is gewoonweg niet in staat om HaSjeems geboden te vervullen, in het bijzonder de totstandkoming van een koninkrijk en de tempel. Dit geldt temeer in onze tijd, nu de strijdkrachten van de regering met handen en voeten zijn gebonden door de politiek, waardoor burgers dikwijls geen andere keuze blijft dan zelf maar te vechten voor hun eigen leven en bezittingen. Het is dan ook een fundamenteel beginsel van Tora dat Joden worden getraind in de krijgskunst en dit op ieder niveau: zowel individueel als per gemeenschap als nationaal. De Rambam leert ons feitelijk dat ons koninkrijk verloren is gegaan, onze heilige tempel werd vernietigd en onze ballingschap onnodig voortduurde door slechts één enkele oorzaak: we legden onszelf niet toe op de bestudering van het oorlog voeren en het veroveren van landen.49

Vechtsport met een hoger doel

Velen van ons maken de denkfout dat modern wapentuig en dan vooral vuurwapens de noodzaak voor uitgebreide training in de vechtkunst overbodig heeft gemaakt. Maar zelfs bij de meest geavanceerde legers hebben recente oorlogen een wereldwijd erkend beginsel van krijgskunde aangetoond: het is de goed getrainde infanterie die de overwinning in de strijd verzekert en het zijn niet de bommen en raketten.

Met uitzondering van de bewoners van de grenssteden bestaat de grootste, dagelijkse terreurdreiging voor ongewapende burgers in Israël uit aanvallers te voet, gewapend of ongewapend. In de meeste, zo niet alle gevallen, is de politie niet in staat om tijdig te reageren. En erger nog, we zien meer en meer dat het juist de politie is die niet voldoende is getraind om met deze ernstige incidenten om te gaan.

Maar aan dit Tora-beginsel wordt niet voldaan door te trainen in de denktrant van veel buitenlandse vechtkunsten. De Bijbel staat immers vol met negatieve voorbeelden van koningen en legers die werden verslagen doordat zij streden op de onheilige manier van de afgodendienaren: zij vertrouwden uitsluitend op puur militair krachtsvertoon, met het misplaatste geloof in ‘mijn eigen kracht en de sterkte van mijn hand’ (Deut. 8:17). Natuurlijk moeten we ons uiterste best doen maar uiteindelijk is het door de zegeningen van de Eeuwige dat oorlogen worden gewonnen en niet door fysieke macht.

Helaas worden de meeste van de tegenwoordig breed aangeprezen vechtsporten onderwezen met dezelfde goddeloze instelling, als ze al niet op zich een vorm van afgoderij zijn. Sommige kunstvormen zijn op zichzelf dikwijls al een subtiel ritueel van afgoderij zonder dat hun westerse beoefenaars dat in de gaten hebben. Ondanks de halachische en spirituele implicaties, worden ze beoefend als sport of tijdverdrijf.

Het is onder meer om deze redenen dat dit fundamenteel beginsel van onze Tora voorschrijft om de veelzijdige, dodelijke krijgskunsten te trainen met de juiste spirituele focus, vrij van de valkuilen van afgoderij. Zo spoorde koning David de stam Juda aan: ‘(Het beginsel) om de zonen van Juda kesjet bij te brengen50 zoals dat wordt beschreven in Het boek van Jasjar.’

Voetnoten

  1. “You shall not add to the Word that I command you, neither shall you subtract from it…” (Deut. 4:2)
  2. “an eternal law for all your generations” (Lev. 3:17 and another 7 places)
  3. “and the things that have been revealed belong to us and our children for eternity, that we may execute all the teachings of this Torah.” (Deut. 29:28)
  4. No one can say that HaShem “changed His mind” at any point to choose another people, or to change or replace his Commandments with others, as it is written, “I, HaShem, do not change.” (Malachi 3:6) He could not be referring to the God of David who confirmed in his prayer, “And You established for Yourself Your people Israel to be Your people [“a people unto You”] forever, and You, HaShem, became their God.” (II Samuel 7:24)
  5. Neither can anyone honestly entertain the notion (as many Christians do) that HaShem commanded what He did with the hidden intention of proving that His Word could never be kept… not unless the deity he refers to is not the God Who said through Moses: “God is not a man that He should deceive.” (Num. 23:19)
  6. Zie Inleiding op de Misjnee Tora
  7. Hilchot Tesjoeba 3:17 (8 in de Vilna)
  8. See Ecc. 12:13
  9. See Lev. 26:15, Deut. 11
  10. Hil. Sanhedrien ch.1, Hil. Mamrim ch.1, cf. Deut. 11:16, 16:18
  11. Hil. Mamrim ch.1, cf. Deut. 17:8-13
  12. De argumenten in deze paragraaf worden uitvoerig besproken in mijn boek Oral Torah From Sinai (Lightcatcher Books © 2011), in het onderdeel Tackling the Hard Questions (p. 29-68).
  13. 1 Introduction to the Mishneh Torah 32-35. So long as they do not contradict halakhah, such enactments may obligate a local community (such is the opinion of the Shulḥan `Arukh, and some understand the RaMBaM to maintain this as well).
  14. M.T. Hil. Gezelah we-Avedah 5:10-18(11-14)
  15. To understand the severity of this mistake, see the commentary of Seforno on Deut. 28:14.
  16. M.T. Hil. Shevitath Assor 3:3
  17. M.T. Hil. Mamrim 2:2(2-3)
  18. HaRav Shemuel HaNaggid, Kelalei HaTalmud
  19. Hil. Melakhim u-Milḥamoth 12:5
  20. Hilchot Mamriem 1:9(5)
  21. Deut. 28:47, Mishnah tr. Avoth 5:7(8)
  22. Isaiah 10:5-15
  23. Rabbi Yissakhar Shelomo Teichtel of blessed memory explained that the leaders of the Jewish People are responsible for not making the masses go up to the Land of Israel. “This explains the words of our mentor, the Or HaḤayim. He writes that Israel’s leaders throughout the generations will be held responsible for the fact that we are still in exile, because they should have inspired the Children of Israel to love the Land of Israel. [Or HaḤayim, Wayyiqra 25:25]” (from his book Em HaBanim Semeḥah [© Kol Mevasser, 1998. 386 pp.])
  24. Rabbi Yehudah Ḥai Alkalai (close, personal friend to my third great-grandfather HaRav Yehudah HaLevi from Dubrovnik) wrote: “Because Israel didn’t rise up to return to our Land, and to the inheritance of our forefathers, the decrees began, the expulsions and slaughters, for the matter is dependent on the repentance of returning to the Land of Israel. (Qol Qorai, Rabbi Yehudah Ḥai Alkalai. The Writings of Rav Alkalai)
  25. In the Introduction to the Mishneh Torah 42, it clearly states that a student requires the use of no other book between the TaNaKh and Mishneh Torah. (Again: like any other path of Torah study, this is fraught with difficulty and danger without strong loyalty to the guidance and discipline of a competent Torah teacher. Neither is it possible without at least a working knowledge of Hebrew. As stated above, prior study of the Mishnah is invaluable in this, as well.) In his epistle to his foremost student, Rav Yoseph ben HaRav Yehudah, the RaMBaM foresees a day when “all of Israel will subsist on it alone, and will abandon all else besides it without a doubt”. (Clearly, he is speaking of the masses. Dayyanim (judges), however, must be trained in the logic of halakhic debate, for which Talmud is critical.) He continues that all the Rabbinical works since the Mishnah were only created in order to clarify what to do and nothing more. Since he had codified all of the final rulings in a far simpler and encyclopedic work, there is no need for most scholars to delve into them.
  26. This and the points above are in the Introduction to the Mishneh Torah.
  27. A term generally used for the rabbis who led the Jewish people during the period between 4349 (589 CE) and 4798 (1038 CE).
  28. This includes the RaMBaM’s access to at least partial manuscripts of the Babylonian Talmud that were about 500 years old in the RaMBaM’s day, and likely to be among the very first copies ever created. (M.T. Hil. Malweh We-Loweh 15:4[2])
  29. This stems from the RaMBaM’s role as the chief, recognized halakhic authority of North Africa, the Land of Israel, and rest of the Middle East until the late 1500’s C.E. (See the words of HaRav Yoseph Karo, author of Shulḥan `Arukh, in Avqath Rokhel, Responsum #32) While this unified vision has deteriorated over last few centuries, the Mishneh Torah remains the greatest of the Rishonim in the eyes of leading halakhic decisors; the source that no halakhic argument can be built without taking into consideration.
  30. Across the RaMBaM’s writings, it is clear that, except for in a few narrow contexts that may not exist in our day, he generally viewed music in a negative light, due to its power to arouse man’s imaginative faculty. Today we know that music can play a very important role in psychological wellbeing and even healing. This deep connection with music is not isolated to human beings, but to other higher mammals as well.
  31. Across his writings, it is clear that the RaMBaM’s view on sexual intimacy, while not ascetic, leans in that direction – viewing it as a base, animal need that should be conducted minimally, and that with great shame. He expressed a common belief in those days that excessive sexual activity saps the body of strength and vigor, bringing early death. While lust and sexual deviance are, indeed, major forces of destruction of the family and society at large, I have neither found nor heard of any research that supports this notion.

    Not only is a healthy sexual lifestyle beneficial to physical wellbeing (more than the RaMBaM admits to Hilkhoth De`oth), but emotional health as well. Moreover, it is demonstrable how unbalanced attitudes towards sexuality (that is permitted by basic, applied halakhah for our times) can become catalysts of aggression, homosexuality, child abuse, the denigration of women, and the dropping out of young men from a Torah lifestyle. I refer here to extreme attitudes towards modesty, and extreme pressure on men –on the societal level– to deny their natural urges far beyond reason. While the Sages wrote of modesty what they did for a world in which young people were groomed for marriage in their mid-teens (even according to Shulḥan `Arukh); our youth today are even more at risk of the deleterious effects mentioned above due to the enforced institution of late marriage (which is against halakhah) and the permissiveness of the outside, mainstream culture.

    In the opinion of the author, a healthier Torah view of sexuality is expressed in Iggereth Ha-Qodesh, (The Holy Letter) attributed to the RaMBaN (Naḥmanides).

  32. In Shemonah Peraqim, the RaMBaM declares his argument against the Muslim proponents of the Kalām, who proposed that anything that could be imagined is possible. According to his general wariness of the negative power of imagination, RaMBaM tries to demonstrate the absurdity of this position by having us “imagine an iron ship sailing in the air, or an individual whose head is in the heavens while his feet are on the ground…” With hindsight, it should be clear to all that, were it not for the sake of those who dreamed such “impossible” fantasies, man would never created the airplane or satellites, much less set foot on the moon, sent robotic craft to every planet of our solar system, sent human beings to the bottom of the Mariana Trench, pioneered organ transplants, or created the Internet and cellular phone technology, etc.

    In fact, cell phones (now as wrist watches) are just one of a number of “impossible” technologies dreamed up by writers of science fiction. Just a few of many more that are on the way: Self-driving cars. Holographic screens. 3-D virtual reality technology approaching the level of the Star Trek “holodeck”. “Iron Man” robotic suits for U.S. soldiers being developed by DARPA. Special apps that enable physicians to diagnose patients with no more than a cell phone – even thousands of miles away from the patient. Warp technology, which would make interstellar travel possible, now being developed by NASA. The eminent physicist Michio Kaku predicts that within a century, a teleportation device similar to those in Star Trek will be invented.

    Were the RaMBaM to see all of this, it is hard to believe that his position on the role of human imagination would be unaffected.

  33. According to the RaMBaM in his Guide for the Perplexed (Part III, ch.32), the entire reason for the Torah’s sacrificial system –with all its precise details– is to reluctantly provide a kosher alternative to idolatrous cultic practices. For to utterly discontinue them “would have been contrary to the nature of man,” and “by this Divine plan it was effected that the traces of idolatry would be blotted out, and the truly great principle of our faith, the Existence and Unity of God, would be firmly established”. (The second Friedlander edition [© Dover Publications, Inc., New York 1956. p.323)

    However, it is a central, cardinal tenet of faith that all of the Torah’s 613 Commandments are for all time; that the sacrifices are destined to return when a the Holy Temple will be rebuilt. Such an apology can only satisfy the intellect so long as the majority of the world remains steeped in such cultic practice. What happens in a world such as our own, when, in all but the far reaches of the Third World, mankind has utterly abandoned animal sacrifice? A world in which even idolatry has evolved to flourish with no need for burnt offerings?! Now that animal sacrifice has been revealed not to be a function of human nature but of culture, and the Prophets railed against those who believed it to be a foundational Torah principle – the object of HaShem’s desire (e.g. Jeremiah 7:21-23), why are we obligated by our Creator to resurrect it?

    The RaMBaN (on Lev. 1:9) and HaRav Samson Raphael Hirsch (on Gen. 3:1) challenge the RaMBaM’s approach, noting how, according to tradition, sacrifice to HaShem predates the advent of idolatry. While the author has his own theory, he views the teachings on the subject by the above rabbis, Rabbi Moshe Isserles ((תורת העולה חלק ב’ ד”ה “הטעם הה” ופרק שלישי, the MaHaRaL of Prague (ספר גבורת ה’ פרק ס”ט), and Izhbitzer Hassidic writings, as profound alternative methods of reasoning as to how and why Torah sacrifice can be profoundly beneficial for us – despite its not being an end in and of itself, much less something needed by HaShem. (See Oṣar HaQorbanoth by HaRav Menaḥem Makover [© Dani Sefarim and We-Har’enu Be-vinyano, Jerusalem 5771/2011. 104-108 pp.])

    Had the RaMBaM seen how human culture would evolve in the coming centuries, it is likely that he would have given serious consideration to these alternative – considering that Torah sacrifice remains an eternal, Divine obligation.

  34. We can surmise as such due to what was taught by his son, HaRav Avraham ben HaRaMBaM, in regards to the science and medicine in the Talmud being outdated. He and his father must have understood that the science of their times would be eclipsed by that of the future, just as their own had eclipsed that of their predecessors.

    Ma’amar `Al Derashoth Ḥaza”l (Hebrew for “Discourses on the Sayings of the Rabbis”). Published online at the website of Mikhleleth Hertzog – Gush Etzion: Da`ath Limude Yahaduth we-Ruaḥ, managed by Prof. Yehudah Eisenberg. http://www.daat.ac.il/daat/ mahshevt/agadot/hagada1-2.htm

  35. Mishnah Avoth 1:17 (see also the commentary of Ḥakham `Ovadiah mi-Bartenura ad loc.) and 4:5
  36. Even if the entire Zohar in our hands today were authored by Rabbi Shim`on Ben Yoḥai, the Talmud Yerushalmi (tr. Berakhoth 6b) records how the Sage would go as far as to curse a man who would follow his personal opinion after it had been overruled by the majority of Sanhedrin. To imagine that would agree to future generations relying on his words against the accepted halakhah as it was later codified and sealed is a disgrace to his memory. Were he alive today, he would most likely have us following the Mishneh Torah of the Rambam as practical halakhah until the restoration of the Sanhedrin.
  37. I do not intend, by this statement, to denigrate the Zohar or its worthy students, ḥalilah. This fact was known even to great kabbalists such as HaRav Yiṣhaq Kadoori of blessed memory. According to the Ḥatham Sofer (not an anti-kabbalist), out of the entire Zohar, only a small portion that would make up a very small book of few pages is attributable to Rabbi Shim`on ben Yoḥai. An even stronger statement warning against the “many forgeries and destructive statements (זיופים וקלקולים) that have been added” was issued Rabbi Eli`ezer Fleckeles, the outstanding student of the Noda` B`Yehudah (Yechezkel ben Yehuda Landau 1713 –1793 C.E.) and subsequent Rabbi of Prague. He did so following in the footsteps of his Rav who issued a strong statement of his own against the kabbalistic Le-Shem Yiḥud prayer, and in the footsteps of the great Ḥakham Ya`avetz (Rabbi Jacob Emden, 1697–1776 C.E.), the German rabbi and talmudist who argued that “unidentified hands have been at work on it [the Zohar]”. To learn more, read the article Tohar HaYiḥud, the source of the above information.
  38. Mishneh Torah 10:11(9). To describe the limits of permissible Torah learning for non-Jews, the RaMBaM uses the term `oseq, which throughout Mishneh Torah is used to denote deeper learning. This is as opposed to the term qoré, meaning “to read”, i.e. to understand the basic meaning of the text.
  39. o my understanding, Noahides who yearn for a greater spiritual closeness to the Creator should focus first on mastering the first book of Mishneh Torah, the Book of Knowledge, where he can gain the most accurate, simple understanding of the foundations of proper Torah belief and practice. Another classic on authentic Torah philosophy is Emunoth we-De`oth (The Book of Beliefs and Opinions) by HaRav Sa`adiah Ga’on, completed in 933 C.E.

    Once a student is firmly rooted in the proper belief in the Oneness of HaShem (as described in Part II Law #1 and Appendix II of Guide For the Noahide) and that our respective Covenants with HaShem are based on our fulfilling the Laws He gave us, the student may venture into mainstream Torah literature that can help him refine his character. In the absence of a detailed, practical guide in Mishneh Torah as to how to achieve the character requirements defined in Hilkhoth De`oth (Laws of Character Traits), one such guide I recommend is The Trail to Tranquility by Rabbi Lazer Brody. (© Emunah Outreach Publications, 2008) Written by a master counselor, it is a simple, effective guide to ridding one’s life of the most destructive character flaws –anger and arrogance– and achieving joy through simple faith in HaShem.

    Again, while firmly rooted in the laws and Torah outlook of Mishneh Torah, one may read Hishtappeḥuth ha-Nefesh – Outpouring of the Soul. Written by arguably the greatest of the Hassidic masters, Rebbe Naḥman of Breslov, this short practical guidebook to prayer and meditation is clearly rooted in the ancient path of the prophets.

    A much larger and more difficult guidebook to the awesome ways of prophets is Sefer Ha-Maspiq Le-`Ovde HaShem (The Guide to Serving God) by the RaMBaM’s son, Rav Avraham He-Ḥasid.

    What sets these apart from the genre of Jewish mysticism, is that rather than offering a glimpse into that which was meant to remain hidden, these works focus on what a person can do to intensify his spiritual experience of closeness to the Almighty.

  40. This is the overall principle behind Hilkhoth Shegagoth, and one emphasized by HaRav Yosef Qafiḥ of blessed memory, one of the most influential rabbis of my own Torah teacher.
  41. As noted in the footnote 5 to Principle 7, Beth Midrash Ohel Moshe strives to provide that fellowship and sense of community not only for local students and friends, but for those all over the world via our online classes for Jews and Noahides.
  42. Deut. 28:47
  43. Rabbi Yaakov Yisrael Kanievsky in Mevaqshei Torah ch. 5, Kovetz 23
  44. Mishnah tr. Avoth 4:3
  45. M.T. Hil. Shemitah We-Yovel 13:11(13)
  46. Yalqut Shim`oni, Judges 42 ch. 4, from Midrash Tanḥumah
  47. Mishnah tr. Avoth 1:12
  48. See M.T. Laws of Kings and Wars 1:14(11-12), 11:6-9(3-4), Laws of Vessels of the Sanctuary 1:10(11) and RaMBaM’s Commentary to the Mishnah tr. Kerethoth, mishnah 1
  49. Epistle to the Sages of Marseilles
  50. Samuel II, 1:18. According to Rashi’s commentary on the verse, qesheth here is not the archer’s bow, but a special, Hebrew, hand-to-hand warrior art.

Pin It on Pinterest

Share This