Bij Ohel Abraham is het mogelijk om door middel van een noachitische intentieverklaring tegenover een beet dien (Joodse rechtbank) de sjewa mitswot benee Noach (universele opdrachten) formeel op je te nemen. Dit doen wij in samenwerking met het Noahide World Center in Jeruzalem.

Universeel

Het jodendom verwacht niet van anderen dat zij zich bekeren tot het jodendom, zij verwacht wel van elk mens een basisniveau van moraliteit, zoals niet moorden en niet stelen. Deze basisleefregels worden in de Talmoed de sjewa mitswot benee Noach genoemd, letterlijk de zeven opdrachten aan de nakomelingen van Noach.

Verworpen en ingetrokken

Er is een overlevering dat de universele mitswot ingetrokken zijn.

Rabbi Joseef zei: ‘Hij staat (עמד) en meet de aarde, hij kijkt en de volken springen op’ (Chabakoek 3:6). Waar keek hij naar? Hij keek naar de zeven mitswot die alle nakomelingen van Noach op zich genomen hadden. Maar omdat zij deze later verwierpen, stond hij op en maakte voor hen een uitzondering.

(Het woord עמד kan zowel hij staat als hij maakt een uitzondering betekenen, zie Moree Neboechiem 1:13.)

Vervolgens wordt toegelicht dat door het maken van deze uitzondering (het intrekken van de mitswot voor benee Noach) zij niet meer de beloning krijgen die bij een mitswa (enkelvoud van mitswot) hoort.

Wie vrijwillig een goede daad doet, verdient minder beloning dan iemand die een mitswa doet waartoe hij geboden is.

— MISJNEE TORA, TALMOED TORA 1:13

Sociaal contract versus goddelijk contract

Je zou kunnen zeggen dat de noachtische geboden twee niveaus hebben. Het eerste niveau is dat van een sociaal contract: mensen die met elkaar afspraken maken om de samenleving leefbaar te maken. In dat contract komt een verbod op moord, diefstal, en dergelijke te staan. Dit zou je kunnen vergelijken met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het tweede niveau is dat van een goddelijk contract: wij moorden en stelen niet omdat Hasjeem wil dat wij niet moorden en stelen. Het is een erkenning dat moraliteit niet slechts een goed overlevingsmechanisme is voor de mens, maar dat het een uiting is van Hasjeems wil. De Rambam schrijft:

Wie de zeven geboden op zich neemt en ze nauwgezet vervult, is een van de chasidee oemot haolam (niet-Joodse vromen) en verdient een deel in de toekomende wereld.

Dit geldt alleen als hij ze accepteert en vervult omdat de Heilige, gezegend zij Hij, ze geboden heeft in de Tora en ons via Mosjee, onze leraar, geïnformeerd heeft dat ze reeds geboden waren aan Noachs nakomelingen.

Als hij ze echter vervult vanuit intellectuele overtuiging, dan is hij geen geer tosjab (bijwonende vreemdeling, zie hieronder) of een chasied oemot haolam (niet-Joodse vrome), maar een van de chochmee oemat haolam (niet-Joodse wijzen).

— MISJNEE TORA, HILCHOT MELACHIEM 8:11

Beet dien

De vraag is hoe benee Noach de zeven geboden op zich kunnen nemen. Volgens het citaat hierboven zou een bepaalde intentie of overtuiging bij het doen van die geboden voldoende kunnen zijn, maar het kan geen kwaad om dit soort zaken zo formeel mogelijk aan te pakken. De meest toepasselijke procedure is die van de erkenning van een geer tosjab (bijwonende vreemdeling):

Iemand die deze mitswot formeel accepteert, is een geer tosjab. Dit geldt in elke plaats. De acceptatie moet gedaan worden in het bijzijn van drie Tora-geleerden.

— MISJNEE TORA, HILCHOT MELACHIEM 8:10

Geer tosjab

In het oude Jisraëel moesten afgodendienaars van het land geweerd worden vanwege hun slechte invloed.

Zij mogen niet in jullie land blijven, anders zouden ze jullie ertoe verleiden hun goden te vereren en tegen mij te zondigen. Dat zou jullie ondergang zijn.

— SJEMOT 23:33

Echter, als iemand afgoderij had afgezworen (en de daarmee gepaard gaande immoraliteit), mocht hij wel in het land blijven. Zo iemand heette een geer tosjab, een bijwonende vreemdeling. De Rambam schrijft:

Wij accepteren geree tosjab alleen wanneer het Jobeel (Jubeljaar) van kracht is.

— MISJNEE TORA, ISOEREE BIA 14:7

De status van geer tosjab bestaat momenteel dus niet.

Chasied

Iemand die de geboden formeel op zich neemt, is misschien geen geer tosjab maar mag zich wel een chasied oemot haolam noemen, een vrome niet-Jood. Een chasied is iemand die meer doet dan wat er van hem verwacht wordt (zie Moree Neboechiem 3:53), hij gaat verder dan de noachiet, verder dan het sociale contract: hij verbindt zich met de Eeuwige.

Bij Ohel Abraham geloven wij dat het een meerwaarde heeft om deze interne, onzichtbare bewustwording van de noachitische geboden als ‘goddelijk contract’ expliciet en fysiek te markeren, net zoals mensen hun huwelijk markeren met een bruiloft: zo’n ceremonie heeft een duidelijk psychisch effect. Het maakt dat je je verantwoordelijkheid als echtgenoot, of in dit geval als ben Noach, serieus neemt.

Maar misschien word ik liever Joods

In het oude Jisraëel was de status van geer tosjab mogelijk een eerste opstap naar het worden van een geer tsedek (proseliet). Het werd gezien als een logische tussenstap op weg naar volledig Joods worden. Geer tosjab wordt daarom ook wel vertaald als halfproseliet. Je zou kunnen zeggen dat de Joden als volk ook via deze tussenstap Joods zijn geworden, want zij arriveerden eerst bij Mara, waar ze de zeven geboden op zich namen.

De Jisraëlieten ontvingen tien geboden bij Mara, waarvan zeven al geaccepteerd waren door de nakomelingen van Noach.

— TALMOED, SANHEDRIEN 56B

Zij klommen eerst op naar het niveau van universele moraliteit voordat zij de Tora ontvingen.

Pin It on Pinterest

Share This