Volgens de Joodse traditie is de briet mila (jongensbesnijdenis) deel én teken van het verbond dat HaSjeem sloot met Abraham:

וַיֹּאמֶר אֱלֹהִים אֶל–אַבְרָהָם, וְאַתָּה אֶת–בְּרִיתִי תִשְׁמֹר—אַתָּה וְזַרְעֲךָ אַחֲרֶיךָ, לְדֹרֹתָם. זֹאת בְּרִיתִי אֲשֶׁר תִּשְׁמְרוּ, בֵּינִי וּבֵינֵיכֶם, וּבֵין זַרְעֲךָ, אַחֲרֶיךָ: הִמּוֹל לָכֶם, כָּל–זָכָר.

Verder zei HaSjeem tegen Abraham: ‘Jij en je familie na jou moeten je houden aan jullie deel van het verbond. Jullie deel is, dat alle mannen van je familie moeten worden besneden.’

Beresjiet (Genesis) 17:9-10

Maimonides schrijft ook in zijn Misjnee Tora het volgende:

מילה—מצות עשה שחייבין עליה כרת, שנאמר “וערל זכר, אשר לא יימול את בשר עורלתו—ונכרתה הנפש ההיא” (בראשית יז,יד) .ו

Misjnee Tora, sefer Ahaba, hilchot mila, halacha 1

De briet mila is, zo zegt Maimonides, een plicht die niet verzaakt mag worden, want zo staat in geschreven in de Tora:

וְעָרֵל זָכָר, אֲשֶׁר לֹא–יִמּוֹל אֶת–בְּשַׂר עָרְלָתוֹ—וְנִכְרְתָה הַנֶּפֶשׁ הַהִוא, מֵעַמֶּיהָ: אֶת–בְּרִיתִי, הֵפַר

Iedere man die de voorhuid van zijn geslachtsdeel niet laat besnijden, zal worden gedood. Want hij heeft zijn verbond met Mij gebroken.

Beresjiet (Genesis) 17:4

In 2010 stelde de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) dat de niet-therapeutische circumcisie bij minderjarigen (jongensbesnijdenis) gezien moet worden ‘als een schending van de integriteit van het lichaam’. ‘Dit grondwettelijk vastgelegde recht beschermt mensen tegen ongewilde ingrepen in of aan het lichaam’, zo stelde de KNMG.

Uiteraard rept de KNMG niet over oorbellen, beugels en correcties van hazenlippen en flaporen. Die ingrepen bij minderjarigen op cosmetische basis zien zij niet ‘als een schending van de integriteit van het lichaam’.  De KNMG is dus niet principieel in zijn redenering maar mikt zich alleen op een ingreep die een minderheid van de Nederlandse populatie raakt. Zij gaat ook voorbij aan het recht van ouders/opvoeders een levensbeschouwing mee te geven die religieus van aard is. Ook daarmee raakt ze alleen een minderheid van de Nederlandse populatie. Het standpunt van de KNMG lijkt dus primair ontwikkeld jegens Joden en moslims.

Voor mij is dit reden om mij met alle macht te verzetten tegen dit onlogische en discriminatoire standpunt van de KNMG en juist te leren hoe ik deze opdracht van HaSjeem kan laten blijven bestaan in Nederland.

Daarnaast is het zo dat hoe meer mohaliem er zijn in Nederland, hoe makkelijker de briet mila aan te vragen is door Joden in Nederland. IJ’H zullen we nog vele eeuwen in Nederland kunnen blijven wonen als Joden!

Als je dit initiatief wilt steunen, overweeg dan om hiervoor een donatie te doen en deze boodschap te verspreiden!

 

Pin It on Pinterest

Share This